Op zondag 8 november 2015 en op zaterdag 14 november 2015 van 14.00 uur tot 16.00 uur wordt de kunstweek opgevrolijkt met een dichterspodium.

De volgende dichters dragen hun poezie voor:

Zondag 8 november 2015                            Zaterdag 14 november 2015

 
Hein van den Assem                                  Hein van den Assem
Wilma Blanken                                           José van Zutphen                           
Frank Vingerhoets                                      Frank Vingerhoets
Peter Hofland                                             Peter Hofland
Albert Prins                                                 Peter Prins
                                                                     Gabriëlle Marie


Jeannette Ambachtsheer, violiste, begeleidt Hein van den Assem bij zijn gedichten met haar muziek voor extra sfeer.

Cultuurscout Feyenoord, Roelof Kok, zal het dichterspodium 8 november openen en de dichters introduceren. Op zaterdag 14 november zal Setkin Sies van de Christenunie het dichterspodium openen.

U kunt hieronder al kennismaken met de prachtige gedichten.
Deze dichters verstaan de kunst van de taal, laat u meevoeren op de adem van het geschreven en gesproken woord.

  • Frank Vingerhoets

    Huis aan de kust


    Het huis kust de zee op haar lippen en ontvangt wat wrakhout als geschenk

    Gevleid in het helmgras tussen basaltblokken, slordig verzameld, verlegt de schaduw een silhouet van het huis

    Langzame gebaren omsluiten de tekens die gezet zijn in het zand gevormd met natte vingers

    Uit de poriën van het water rijzen schepselen zout van zee en bedachtzaam rolt een golf nader tot de voet van het huis, betreedt het op gepaste wijze

    Haast wordt vermeden in dit spel van heen en weer, van zucht en lucht

    Langs de plinten van de hemel valt het donker tussen de geliefden en slechts een zilte korst blijft hangen tussen droge lippen van een mond die zich ooit versprak tot oceaan.


    Frank Vingerhoets

    www.123website.nl/frankvingerhoets

  • Peter Hofland

    1-4-2013
    het goede

    ik wil het goede
    want ik zie iets moois
    boven alles, boven allen, heilig en zuiver
    en ongekend
    het groet mij
    vanuit het niets
    als een licht
    in de duisternis,
    een gloeiende vlam
    in de nacht
    die mij troost
    als ik niet durf te slapen



    Peter Hofland
    peterhofland.art@gmail.com

  • José van Zutphen

    Als me de taal wordt afgenomen
    de dingen slechts nog dingen zijn
    niet te duiden of te bezingen

    Als de dans
    niet meer te dansen is
    het ritme kletterend in duizend stukjes valt

    Als je voor me staat
    je naam zich niet
    meer noemen laat,
    schrik in je ogen
    me als ’n bliksemflits dan raakt

    En zwartgeblakerde randen aan een tijd die was
    waarin de glazen klonken
    mousserend tot de laatste druppel

    Leeg gedronken restten prikkelingen op tongen en we zongen woorden
    bruisend in het rond,
    de grond droeg trillend ons de vroege uurtjes in

    Als dit alles

    De zin zich niet meer schrijven
    laat de stilte die om aandacht vraagt

    Als dit

    Kom en schenk me dan de dag eens vol
    ik zal me niet verslikken in het wachten
    want weet je ook de nachten zullen zwijgen

    En al wat zwartgeblakerd was weggeblazen
    op de wind vind ik
    de taal weer van het kind.


    José van Zutphen
    Uit de bundel
    “Het nevelt in haar hoofd”

  • Wilma Blanken

    Elke stem

    In mijn grond de stille meren.
    Elke stem vervliegt,
    wat gezegd is blijft herhaald.

    Het niets is het onbekende lot,
    het stokt de adem.

    Ben ik de boodschapper die het herhaalde,
    dat ik ooit vergeten zou,
    wie mij verzuurde en gif spoot in elke ader?

    Zelfrijzend, de flonkering der dagen.
    Proost!
    Op die zich niet ontvluchten kon
    en geworden is tot een bloedeloze.

  • Gabriëlle Marie

    Playtime

    De wegwaaimeisjes van plezier
    de stoere tinsoldaten
    Fluwelen leeuwen, een janplezier
    een carroussel van tierelier
    van larielom en wegpiraten
    Een roze pop zo wondermooi
    zo wonderschoon en zo verlegen
    In de perifide werkelijkheid
    komt men zo een maar zelden tegen
    Een kinderdroom uit vroegere tijd
    al lang vervlogen
    Het speelgoed achteloos in een hoek
    Onbewogen

    Gabrielle Marie

  • Hein van den Assem

    118

    12 november 2014

    Vergunning tot verblijf

    Ik drijf door deze stad
    op zeeën van tijd.
    Hongerige bakens
    van as rooien gevel-
    lijnen voor het oog
    van mijn kompas.
    Een zilveren vogel
    zwerft op opgerispte
    getijden met mij mee.
    Zijn schaduw verlicht
    de stalen brug die - op
    assen van rust geklonken -
    het duister kust. Ja, hier
    wil ik de liefde strijken
    met ijzers van geduld.

    © Hein van den Assem